Twee Schelpen, Twee Verhalen

Vaak krijg ik de vraag of ik liever met mossels of met oesters werk. Mijn antwoord is altijd hetzelfde: ik kan niet kiezen. Ze hebben allebei iets bijzonders en inspireren mij ieder op hun eigen manier.

Mossels hebben een elegante, langwerpige vorm. Wanneer ik een verzameling mossels voor mij neerleg, begin ik bijna automatisch te schuiven. De schelpen lijken elkaar vanzelf te vinden. Langzaam ontstaan patronen, cirkels en bewegingen die doen denken aan de golven van de zee of de lijnen die het water achterlaat op het strand. Het is een creatief proces waarbij rust en balans centraal staan.

Met oesters werk ik heel anders. Iedere oesterschelp is op zichzelf al een klein kunstwerk. De grillige vormen, de ruwe buitenkant en de prachtige binnenkant vertellen allemaal hun eigen verhaal. Juist daarom laat ik de natuurlijke vorm zoveel mogelijk intact en geef ik de schelp een nieuw karakter met pouring acrylverf of alcoholinkt. Zo versterken kunst en natuur elkaar zonder dat de oorspronkelijke schoonheid verloren gaat.

Het is juist de afwisseling tussen beide materialen die mij blijft inspireren. De ene dag leg ik urenlang een compositie van mossels, de andere dag laat ik kleuren over een oesterschelp vloeien en kijk ik vol verwondering hoe iedere schelp weer iets totaal anders laat zien

 
 
 
 
Vorige
Vorige

De Laatste Glans

Volgende
Volgende

Van Zeeuwse Kust tot Kunstwerk